Elke avond met de laatste trein naar huis, of verhuizen naar een kamer in de stad waar je studeert. Wie aan een studie begint, komt vroeg of laat bij die vraag uit. Hier staan de argumenten op een rij, zodat je hem zelf kunt beantwoorden.
Eerst dit: thuis blijven wonen is heel normaal
Het beeld klopt niet meer dat iedereen op kamers gaat. Meer dan de helft van de studenten in Nederland woont thuis, en dat aandeel is de afgelopen tien jaar gegroeid, niet gedaald.
Het verschilt wel sterk per niveau. Op het mbo woont het grootste deel van de studenten thuis, op het hbo nog altijd een ruime meerderheid, en aan de universiteit is uitwonen het meest gewoon. Dat is niet vreemd: mbo-studenten zijn vaak jonger, en op je zestiende is uit huis gaan een heel andere vraag dan op je twintigste.
Kortom, wat je vrienden doen zegt weinig. Het gaat om jouw studie, jouw reistijd en jouw geld.
Geld
Dit is voor de meeste studenten de doorslaggevende factor, en dat is niet gek.
Toen de basisbeurs in 2015 verdween, moesten hbo- en wo-studenten meer lenen om te kunnen studeren, en gingen er minder op kamers. Sinds de basisbeurs in september 2023 terug is, is die beweging weer omgedraaid. Het geld bepaalt de keuze dus letterlijk zichtbaar.
Reken het voor jezelf uit. Huur, collegegeld, boeken, verzekering, boodschappen: het loopt sneller op dan je denkt. Ook als je thuis meebetaalt aan de kosten, blijft thuis wonen bijna altijd goedkoper dan een kamer huren. Thuis blijven wonen is daarmee een van de effectiefste manieren om je studieschuld klein te houden.
Kijk wel of je recht hebt op een aanvullende beurs en op huurtoeslag. Dat verandert het rekensommetje soms flink, en dat zoek je uit op Mijn DUO.
Reistijd
Voor sommige studenten is een kamer geen keuze maar noodzaak. Als je twee uur onderweg bent, elke dag, dan gaat dat ergens van af: van je studie, van je bijbaan of van je slaap.
Woon je dichterbij, dan ligt het genuanceerder. Met een goede verbinding kan reistijd zelfs nuttige tijd zijn. In de trein kun je een college voorbereiden of tentamenstof doornemen, en dat is tijd die je thuis vaak niet zo goed benut.
Reis een keer op een doordeweekse ochtend de hele route, voordat je beslist. Op papier is een uur reizen iets anders dan in het echt.
Vrijheid en zelfstandigheid
Op kamers leer je snel voor jezelf zorgen. Koken, schoonmaken, je geld verdelen, je dag indelen zonder dat iemand je wakker maakt. Er is niemand anders om iets de schuld van te geven, en juist daarom leer je het.
Voor veel studenten is dat de echte reden om te gaan. Niet het feest, maar het idee dat hun leven van henzelf wordt.
Het studentenleven
Als je in de stad woont, gebeurt alles om de hoek. Borrels, verenigingen, huisgenoten die je meetrekken naar dingen waar je zelf niet op was gekomen. Vriendschappen ontstaan makkelijker als je er gewoon al bent.
Daar staat iets tegenover dat minder vaak wordt gezegd: op kamers kan eenzaam zijn. De overgang van een vol huis naar een stille kamer valt sommige studenten zwaar, zeker in de eerste maanden. Dat is geen teken dat je de verkeerde keuze hebt gemaakt, het hoort erbij en het gaat meestal over.
Waar het op neerkomt
Er is geen goed antwoord dat voor iedereen geldt. Wil je die nieuwe vrijheid, en kun je het betalen, dan is op kamers gaan een mooi begin van je studie. Wil je liever rustig starten en je schuld klein houden, dan bouw je een nieuw leven ook prima op vanuit je oude kamer.
Eén praktische tip als je toch gaat: begin op tijd met zoeken. Kamers zijn in de meeste studentensteden schaars, en de zoektocht duurt langer dan één zomer.